1. Home
  2.   Financiën
  3.   Financiële uitwerking
  4. Bijdragen van derden

Bijdragen van derden

Mede- en cofinanciering

De grootste bijdragen van derden betreffen de bijdragen van decentrale overheden aan ruimtelijke projecten. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden om te zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing van MIRT-projecten. Bij hoofdinfrastructuur die volledig door het Rijk wordt bekostigd, betaalt het Rijk in beginsel enkel de kosten van inpassingen die rechtstreeks voortvloeien uit de wettelijke eisen. Cofinanciering door het Rijk voor additionele inpassingmaatregelen kan aan de orde zijn indien een dergelijke aanvullende investering maatschappelijk rendabel is. Tevens moet er dan voldaan worden aan de beslismomenten zoals opgenomen in de Spelregels van het MIRT. Op de projectbladen is bij de relevante projecten aangegeven wat de bijdrage van decentrale overheden (en/of bedrijven) is of wordt.

Europese fondsen

Nederland doet in de periode 2014-2020 een beroep op de Connecting Europe Facility (CEF) van de Europese Unie (EU) met daarin middelen voor de cofinanciering van de realisatie van het Trans-Europese Vervoersnetwerk (TEN-T). Dit programma heeft als doel binnen de EU tot één hoogwaardig, multimodaal en geïntegreerd vervoersnetwerk te komen, met het oog op de doelstellingen op het gebied van de Interne Markt, concurrentiekracht en duurzaamheid die volgen uit de EU 2020 Strategie.

Begin 2015 eindigde de eerste periode waarin subsidieaanvragen gedaan konden worden onder CEF. Projectvoorstellen konden worden ingediend door de lidstaten zelf en door ondernemingen, publieke instellingen en publiek-private samenwerkingsverbanden gevestigd in de Europese Unie. De subsidieverlening is een bevoegdheid van de Europese Commissie met instemming van de lidstaten. De lidstaten hebben in juli unaniem ingestemd met het besluit. In totaal is over alle EU-lidstaten € 13,1 miljard verdeeld. Er zijn bij de Europese Commissie 700 subsidieaanvragen ingediend. Het totaal aangevraagde subsidiebedrag was driemaal zo groot als het beschikbare budget. In totaal krijgen 276 projecten een subsidie, waaronder ruim 30 Nederlandse projecten en grensoverschrijdende projecten die Nederland samen met andere landen uitvoert.

Nederland en het vervoerend bedrijfsleven hebben baat bij de investeringsimpuls door de EU in infrastructuur in Nederland en de grote vervoersassen in Europa. Een aantal Nederlandse projecten is gehonoreerd. Het gaat onder andere om projecten van private partijen en op de thema’s grensoverschrijdend spoor, innovatie en duurzaam transport.

  • Positief resultaat onder andere: Caland spoorbrug/Maasvlakte (€ 59 mln), spoorproject Groningen-Bremen (€ 8,3 mln), Limburg-spoorstudie (€ 4,7 mln), Maaswerken (€ 13,9 mln), SESAR, ERTMS, verduurzaming van de binnenvaart via een doorbraak van LNG als brandstof, ITS, busvervoer op waterstof (H2Nodes), Elektrisch rijden (HeERO). Ook is een aanvraag voor de studie naar de knelpunten in de spoorgoederenverbinding tussen Duisburg en Antwerpen toegekend.

  • Voor de sluizen van IJmuiden en Terneuzen is minder toegekend dan aangevraagd: IJmuiden (€ 11 mln) en Sluis Terneuzen (€ 48 mln).

  • Geen bijdrage is toegekend voor o.a. de rijksprojecten: Beatrixsluis in het Lekkanaal, sluis Eefde in het Twentekanaal en een aantal spoorprojecten waaronder station Drieberngen-Zeist.,

Nederland profiteert van projecten die buurlanden met behulp van de toegewezen TEN-T-gelden kunnen ontwikkelen. Zo ontvangt een groot aantal Europese luchthavens een bijdrage om de luchtverkeersmanagementsystemen aan te passen ten behoeve van een gezamenlijk Europees luchtruim voor de burgerluchtvaart. Daarnaast heeft de Commissie besloten subsidies te verstrekken voor het Duitse kanalennetwerk en het spoor tussen Zevenaar en de ingang van de Gotthard tunnel en besteedt het € 979 miljoen aan het project Seine-Escaut, waarmee een verbinding wordt gerealiseerd tussen de Seine en de Westerschelde.

Alle informatie over het besluit is te vinden op de site van de Europese Commissie: